is toegevoegd aan je favorieten.

Hypotheekrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

199

onnoodig zijn, indien hieraan niet de laatste woorden waren toegevoegd, die, volgens Asser-Scholten, 1 een uitzondering vormen op het gewone recht. Land3 acht het echter onzeker of in het algemeen het gekozen domicilie blijft gelden na het overlijden.

Zonderling is de redactie van dit artikel, waar het spreekt van „de bevoegde rechtbank"; dit spreekt van zelf. De vraag is echter welke rechtbank de bevoegde is en hierover laat de wet zich niet uit. De beantwoording dezer vraag zal te zoeken zijn in art. 126 sub 16 Rv., vergeleken met art. 1231 sub 1° en 1241 B.W.

Dat schuldeischers belang hebben bij de gekozen woonplaats en er voor te zorgen hebben, dat exploiten en andere stukken, aan dit domicilie gedaan, hen werkelijk bereiken, volgt uit de bepalingen van art. 1255 B.W. en de artt. 508, 516 en 554 Rv., waarin de beteekening uitsluitend aan de gekozen woonplaats is voorgeschreven. Is door den schuldeischer, gelijk in de praktijk meestal geschiedt, in het borderel domicilie gekozen ten kantore van den bewaarder der hypotheken, dan zorgt de beëedigd klerk voor doorzending naar het werkelijk adres van den hypotheekhouder. Dit is echter niet anders dan eene beleefdheid zijnerzijds, daar hij hiertoe niet verplicht is en eventueel verzuim tot doorzending of te late doorzending, hoewel zulks voor den hypotheekhouder groot nadeel met zich zou kunnen meebrengen, hem tegenover deze laatste niet aansprakelijk tot vergoeding der schade zal maken. Hoewel over het algemeen genomen verreweg de meeste beëedigde klerken voor onmiddellijke doorzending zorg dragen, schijnen zich hieromtrent toch van tijd tot tijd klachten te hebben voorgedaan. Naar mij ter oore kwam is aan de bewaarders van hypotheken in 1923 eene ministrieele aanschrijving gericht, waarin uitdrukkelijk wordt voorgeschreven, dat alle binnenkomende exploiten terstond in het correspondentie-register moeten worden geboekt en hierin tevens de datum van doorzending behoort te worden aangeteekend.

De werking der gekozen woonplaats is in art. 1238 B. W. intusschen niet uitsluitend tot derden beperkt, zoodat het

1 11,411. a III, 389.