is toegevoegd aan je favorieten.

Hypotheekrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

301

dan ook meestal de regel gevolgd, dat indiening der bescheiden met vordering, om in de rangregeling te worden begrepen, door middel van een procureur geschiedt.

Zal ook de eerste hypotheekhouder, welke zijn eigen vordering reeds uit de aan hem door den kooper uitgekeerde kooppenningen heeft voldaan, zijne vordering bij den rechtercommissaris moeten indienen? Aangenomen moet worden, dat inderdaad zulks het geval moet zijn, anders toch zoude het den rechter-commissaris onmogelijk zijn met juistheid het overschot, waarvan art. 551 Rv. spreekt, te bepalen. In dezen zin besliste ook de Rechtbank te 's Gravenhage bij vonnis van 4 Mei 1909,1 dat de rangregeling de geheele opbrengst van het onroerend goed moet bevatten.

Art. 555 Rv. bepaalt, dat, nadat de termijn van een maand is verstreken, de rechter-commissaris uit de overgelegde stukken de rangregeling zal opmaken en plaats, dag en uur voor de verschijning van partijen bepalen, hetgeen door den verzoeker, ingevolge art. 556 Rv., aan de ingeschreven schuldeischers en tevens, ingeval van beslag, aan den executant* beteekend.

Bij de opmaking der rangregeling heeft de rechter-commissaris niet alleen te onderzoeken de deugdelijkheid, doch ook de ontvankelijkheid der vorderingen. *

Wordt er geen tegenspraak gedaan, dan zal de rechter-commissaris de rangregeling sluiten, de kosten vereffenen, de doorhaling van niet-batig gerangschikten bevelen en borderellen van plaatsing uitgeven aan de batig geplaatsten, bepaalt art. 557 Rv.4

Ingeval van tegenspraak worden diegenen, die zich bezwaard achten, naar de terechtzitting verwezen,5 (art. 558 Rv.) Be-

1 W. 8862.

3 Deze laatste kan er toch ook belang bij hebben de plaatsing op de rangregeling tegen te spreken.

* Hof Suriname 23 Mei 1879, W. 4413. Zie ook v. Rossem II, 144.

* Het tweede en derde lid van dit artikel moeten van plaats verwisselen, daar „deze borderellen" betrekking hebben op het eerste lid.

5 Bij deze tegenspraak moet diegene als eischer worden beschouwd en dus ook, wanneer hij vreemdeling is, desgevorderd de cautio judicatum solvi stellen (ingevolge art. 152 Rv.) — die in de procedure feitelijk als eischer is opgetreden. H. R. 18 Oct. 1894, W. 6567, P. v. ï. 1894, 87.