is toegevoegd aan je favorieten.

Het nieuwe zeerecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

Allereerst bepaalt art. 357, dat de kapitein bevoegd is, indien dit tot behoud van schip of lading noodzakelijk is, scheepstoebehooren en bestanddeelen van de lading zoowel over boord te werpen als te verbruiken. Niet slechts wenschehjk maar bepaald noodzakelijk moet het werpen of het verbruiken van de genoemde voorwerpen zijn; zoolang door betere middelen schip of lading behouden kunnen blijven, is de kapitein niet tot werping of tot het verbruiken gerechtigd. Waar hij in het in art. 357 bedoelde geval tot verbruik mag overgaan, mag hij zeker ook tot louter gebruik, tot het mindere, besluiten. Het behoud van schip of lading moet op het spel staan ; behoud van schip en lading is niet vereischt, zoodat desnoods de kapitein de geheele lading mag werpen om alleen het schip te redden.

Er wordt in art. 357 alleen gesproken van „scheepstoebehooren en bestanddeelen van de lading". Wat „scheepstoebehooren" zijn zegt art. 309 en boven1 is uiteengezet hoe daar b.v. niet de kolen onder vallen, die als brandstof aan boord zijn. Zou de kapitein die dus nimmer mogen werpen ? Ware art. 357 een uitzonderingsvcKjrschrift, dan zou men tot de ontkenning van de bevoegdheid van den kapitein kolen te werpen wel moeten besluiten. Nu het echter niets is dan een uitwerking van art. 341 en het precies even noodig kan zijn voor een goed bestuur van de den kapitein toevertrouwde scheepsgemeenschap om kolen te werpen als om lading te werpen, zal men den kapitein die bevoegdheid wel mogen toekennen.

~ ~ In art. 357 wordt de bevoegdheid

— van den kapitein nader vastgelegd om

goederen aan boord voor het algemeen welzijn op te offeren; maar ook kan hij er de bevoegdheid aan ontleenen, gehjk reeds is opgemerkt, om goederen aan boord te gebruiken. Een regelrecht onteigeningsrecht wordt hem in art. 358 gegeven, waar hij de bevoegdheid krijgt om in geval van nood gedurende de reis levensmiddelen, welke in het bezit zijn van opvarenden of tot de lading behooren, tegen schadevergoeding tot zich te nemen, teneinde die te verbruiken in het belang van allen, die zich aan boord bevinden.

1 Zie blz. 20.