is toegevoegd aan je favorieten.

Het nieuwe zeerecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

143

Toch is dat artikel dan niet van toepassing en wel door het feit, dat art. 342 hd 2 ten aanzien van de gevolgen van de schending van zijn in art. 342 hd 1 neergelegde verphchting voor den kapitein een bijzonderen regel opstelt; hij is alleen verantwoordelijk voor de schade, welke hij in zijn betrekking door zijn opzet of grove schuld aan anderen veroorzaakt. In deze wetsbepaling ligt een beperking ten gunste van den kapitein; een beperking, die door de regeering a. v. werd verdedigd : „Hiertoe heeft de overweging geleid, dat de fouten van den kapitein veelal bestaan uit minder juiste oordeelvellingen, „errors in judgment", onder moeilijke en hachelijke omstandigheden. Aan het maken van dergehjke fouten staat ieder kapitein, ook de meest bevarene, bloot, daar het menschehjk oordeelvermogen nu eenmaal niet onfeilbaar is. Het ware niet humaan en niet te billijken den kapitein, die toch reeds een gevaarhjk en verantwoordelijk beroep uitoefent, bloot te stellen aan het risico, zijne spaarpenningen te verhezen en tot den bedelstaf te worden gebracht, indien wordt uitgemaakt, dat hij bij een dreigende zeeramp in de ontsteltenis van het oogenblik een minder juist bevel heeft gegeven''.1

De kapitein wordt dus niet gebonden door de onrechtmatige daden in zijn betrekking gepleegd, behalve dan in een enkel uitzonderingsgeval. De gunstige bepaling van art. 342 hd 2 geldt alleen voor onrechtmatige daden „in zijn betrekking gepleegd", dus als kapitein. De kapitein, die dóór een onjuiste manoeuvre een aanvaring veroorzaakt, kan er profijt van trekken, niet de kapitein, die a. h. w. een gewone burgerlijke onrechtmatige daad pleegt b.v. door onvoorzichtigheid in een jas van een passagier met zijn sigaar een gat brandt.

Wel gebonden wordt de kapitein bij opzet en grove schuld. Wij ontmoeten hier deze uitdrukkingen ten tweeden male. De eerste keer troffen wij haar aan in de artt. 476 en 527, waar zij

gegeven van onrechtmatige daad en welke de rechtspraak tot richtsnoer dient: „Een handelen of nalaten, dat of inbreuk maakt op eens anders recht of in strijd is met des daders rechtsplicht, of indruischt, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed". De kapitein, die in strijd handelt met art. 342 lid 1 handelt in strijd met zijn rechtsplicht. 1 Zie M. v. T. blz. 30.