is toegevoegd aan je favorieten.

Het nieuwe zeerecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

306

ontvanger of van diens te geringe voortvarendheid geen nadeel te lijden. Het is evenwel mogelijk, dat hij het niet kan en dus schade voor hem onvermijdehjk is; er is b.v. bedongen, dat de ontvanger een zware locomotief met een bok van het dek aan zal nemen, en nu hij dit niet doet kan de vervoerder haar niet lossen met eigen losgerei; of wel er is geen opslagruimte te vinden. In zulke gevallen is de nalatige ontvanger gehouden den vervoerder diens schade te vergoeden (art. 517»). Het is daarvoor (anders dan waar het de toepassing geldt van art. 517/ hd 2) noodzakelijk, dat de ontvanger nalatig is, en niet voldoende, dat de aflevering niet kan plaats vinden, terwijl de vervoerder van de bevoegdheid tot lossing of opslag niet gebruik kan maken. Komt de ontvanger niet met de vereischte lichters langszij, doordat ingevallen vorst het hem belet en kan wegens dezelfde reden de vervoerder niet tot opslag overgaan, dan kan de vervoerder niet met een beroep op art. 517» van den ontvanger schadevergoeding vragen.

Voor de nalatigheid van den ontvanger is een tevoren uitgebrachte ingebrekestehing niet vereischt. Ware het anders de wettelijke regehng zou veelal haar doel missen.

| De rechten van den ont- I De artt. 517/, 517&, 517J en 517»

I vanger | beschouwen de aflevering van den

kant van den vervoerder. Art. 517?» komt er voor zorgen, dat de vervoerder geen onredelijke eischen aan den ontvanger gaat stellen ; deze is slechts gehouden tot inontvangstneming op werkdagen, gedurende de gebruikelijke werkuren en op zoodanige wijze, als ter plaatse gebruikelijk is of redelijk is te achten. Wat werkdagen zijn, zegt art. 5176.1 Gebruikelijk en redelijk behoeft de afleveringswijze niet te zijn. Voor de graanelevator kwam, was b.v. lossing van graan in manden gebruikelijk. De nieuwe graanelevator was dus bij zijn optreden een ongebruikelijk loswerktuig; maar had toen art. 5177» gegolden, dan zou de vervoerder, die zich van den elevator had willen bedienen, zich tegenover den tegenstribbelenden ontvanger er op hebben kunnen beroepen, dat lossing met den elevator niet onredelijk was te achten en dat de ontvanger dus zich aan de snelheid van lossen daarmee had aan te passen.

1 Zie blz. 252.