is toegevoegd aan je favorieten.

Het nieuwe zeerecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

336

daarop bevestigend te hebben geantwoord, kennis kan nemen van de in die wet vervatte bepalingen. De internationaalrechtelijke bepahngen uit de Nederlandsche wet kunnen dus niet worden geraadpleegd bij de vraag, in hoeverre in het buitenland overeenkomstig de Nederlandsche wet recht zal worden gedaan.

Wel heeft men in die bepalingen een leidraad voor wat ook de buitenlandsche rechter zal aannemen, omdat zij weergeven wat doorgaans als internationaal recht wordt aangenomen. Al te veel staat kan men echter hierop niet maken, omdat dit recht veelal onbeschreven is en er weinig zekerheid omtrent bestaat.

— De onzekerheid omtrent wat de Het goederenvervoer Nederlandsche rechter zal doen in internationaahechtehjke vervoerkwesties is door de artt. 517^, 517*/'» 520t en 533c opgeheven. Zij moeten door dien rechter worden toegepast, voor zoover partijen niet zelf omtrent de vraag, welk rechtsstelsel hun verhoudingen zal beheerschen, een regeling hebben getroffen. Op die regeling moet de rechter voor alles acht slaan, voor zoover zij niet zondigt tegen voorschriften van dwingenden aard. Dat partijen hun verhoudingen naar een bepaald rechtsstelsel hebben willen regelen, behoeft niet uitdrukkelijk bepaald te zijn, doch kan ook uit de bijzondere omstandigheden van bet geval bhjken ; zij hebben b.v. ter derogeering een artikel van een bepaalde wet aangehaald of de bewoordingen ervan overgenomen; bun nationaliteit kan aanwijzingen geven of de taal, welke zij gebruiken, enz.

De artikelen 468—480 zijn van toepassing zoowel op bet vervoer over zee van, als op dat naar, Nederlandsche havens (art. 5170" hd 1), d. w. z. de bepahngen betreffende den omvang van de verplichting van den goederenvervoerder zorg te dragen voor het behoud van het goed, betreffende de schuldphchtigheid van den vervoerder, die deze verphchting niet nakomt, betreffende de beperking van de aansprakehjkheid van den vervoerder voor zulk een schuld, betreffende de verphchting van den vervoerder het vervoer met redelijken spoed te bewerkstelligen, betreffende de verphchting van de wederpartij van den vervoerder tot de bewerkstelliging van het vervoer behoorlijk