is toegevoegd aan je favorieten.

Bijdrage tot de kennis van de afdeeling Asahan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

het Sennah-complex bij Negeri Lama, de onderneming Tandjong Pasir (Kajoe Radja) en enkele ondernemingen in de nabijheid van Tandjoeng Balei zijn zij door een dijkenstelsel in polders herschapen, teneinde den wateroverlast te keeren.

§ 4. Kusten.

De kustlijn van de afdeeling Asahan is, hemelsbreed gemeten, 159 K.M. lang en strekt zich uit van een punt tusschen de monden van de Sei. Padang en de Sei. Pagoerawan tot het punt waar een lijn zuiver Oost over Laboehan Bilik getrokken de kust snijdt niet ver van kg. Panipahan.

De kust is laag en kenmerkt zich door uitgestrekte modderen zandbanken, die zich soms kilometers ver in zee uitstrekken.

In die banken bevinden zich min of meer diepe geulen die toegang geven tot de rivieren.

Op die voor de kust liggende banken wordt de zeevisscherij beoefend middels z.g. sero's.

De kust is door den hydrografischen dienst der Marine geheel opgenomen, bebakend en in kaart gebracht (1906). De aanhoudende wijzigingen in de vaargeulen en de ligging en gesteldheid der banken maakt het noodig dat de bestaande gegevens steeds moeten worden bijgehouden, hetgeen geschiedt.

De meeste rivieren zijn alleen bij hoog water van uit zee toegankelijk en kunnen ook alleen bij dat getij door zeeschepen verlaten worden. Een eigenaardigheid der vaargeulen, welke toegang geven tot de rivieren, is dat zij alle Noordwaarts ten Westen loopen in de richting van de uitmonding van Straat Malaka in den Indischen Oceaan.

De kust is begroeid met bakau-bakau-bosschen, waar het z.g. zeehout gewonnen wordt, dat in de tabakscultuur veel gebruikt wordt als droogstokken voor de tabaksbladeren.

§ 5. Rivieren.

De afdeeling Asahan is rijk aan rivieren, waaronder machtige stroomen zijn aan te wijzen.

Met de Asahan-rivier begint het groote rivierengebied van Sumatra, dat zich onafgebroken voortzet tot de Moesi in Palembang.