is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXII

inleiding

Politierecht bij Thor-

becke.

in den politiestaat werden aangetroffen, geleidelijk door een min of meer volledig administratief systeem vervangen werden.

In de nederlandsche rechtsliteratuur dringt ook eerst in de 19e eeuw de benaming administratief recht door. Thorbecke, in 1843, in de voorrede van het tweede deel van den herdruk van zijn Aanteekening, schrijft nog: „Inzonderheid ware eene theorie van ons wettig politieregt, droit ad min is t rat if zeggen de Franschen » aanvulling eener hoogst gevoelige leemte" 1). Ook de colleges, welke hij in 1846 geeft, betreffen het „politieregt of dusgenaamd administratief regt". De la Bassecour Caan, in wiens van 1856—57 dagteekenende handleiding men aanneemt, dat de collegestof van Thorbecke is verwerkt, heeft daarin den term administratief recht aanvaard, maar blijkt in de door hem in 1870 uitgegeven „Schets van het neder land sch staatsbestuur ten gebruike bij de hoogere burgerscholqö" weer tot het uitsluitend gebruik van de be-? naming politierecht te zijn teruggekeerd. Hoewel nog slechts het woord politie gebruikt wordt, vinden wij bij hem toch reeds een in veel opzichten verdienstelijke beschrijving van den inhoud van het geldend administratief recht, ten tijde van de samenstelling van zijn boek.

Omtrent den inhoud van zijn werk schrijft Caan in zijn voorbericht het volgende:

Door administratief recht verstaat men de verzameling van die wetten en reglementen, ingevolge welke de staat is daargesteld of

*) Cf. Van Vollenhoven, Thorbecke en het administratief recht, in het „Oppenheim-huldeboek", Haarlem 1919.