is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Algemeene beginselen.

HOOGERE GOEDKEURING OP BESLUITEN VAN LAGERE ORGANEN.

Door het op blz. 44 besproken goedkeuringsrecht waken de hoogere organen ervoor, dat de algemeene regelen, door de lagere organen vastgesteld, passen in het kader van de normatieve voorschriften, welke door het hooger gezag met het oog op de rechtstreeks daardoor verzorgde belangen noodig worden geacht. Ook afzonderlijke daden van de lagere bestuursorganen, binnen den kring van hun bevoegdheden verricht, zijn aan een dergelijk hooger toezicht onderworpen.

De positie, welke het hooger gezag inneemt, is verschillend, naarmate het uitgeoefende toezicht raakt besluiten, welke het uitvloeisel zijn van een in algemeene bewoordingen aan het lager gezag gegeven opdracht om de eigen huishouding te verzorgen, of wel besluiten en regelingen, welke rechtstreeks ter uitvoering van een door bijzondere voorschriften verstrekte opdracht worden vastgesteld.

In het laatste geval zal niet alleen de vraag naar de doeltreffendheid van een genomen besluit beslissend zijn voor het al dan niet verleenen van de gevraagde goedkeuring, maar zal het hooger gezag natuurlijk ook hebben te beoordeelen, of de richting, welke het lager gezag blijkens het genomen besluit wenscht uit te gaan, met zijn opvattingen overeenstemt, of de