is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogere goedk. op besluiten v. lagere organen

175

noodzakelijke eenheid van beleid voor het geheele land of voor een bepaald gebied niet verstoord wordt, of de kosten niet hooger zullen zijn, dan het gezag, dat de opdracht tot regeling verstrekte, verantwoord acht, enz.

In het eerste geval ziet het hooger gezag toe, of het lagere bestuur datgene, wat men met eenig voorbehoud de „eigen" taak van dat lagere bestuur kan noemen op de juiste wijze verricht. Voor dit goedkeuringsrecht aanvaardt Oppenheim, weder met eenige reserve, den naam voogdij:

„De gemeente is, met betrekking tot hare bevoegdheid burgerrechtelijke handelingen te plegen, die hare toekomst kunnen verbinden, vergeleken bij den minderjarige, die onder voogdij is geplaatst. De vergelijking is minder juist. De voogd handelt voor en in de plaats van den minderjarige; de gemeente moet, wel is waar, bij gewichtige burgerrechtelijke handelingen van goedkeuring zijn voorzien, maar nimmer ziet zij de hoogere macht handelen vóór zich, in hare plaats. Alléén als men deze restrictie laat gelden past voor het toezicht, waarvan hier de rede is, de naam van voogdij

De bijzondere beteekenis, welke vooral ook aan de instandhouding van het gemeentelijk vermogen werd gehecht, leidde ertoe, dat de Grondwet sedert 1848, hoewel in het algemeen een preventief toezicht op de gemeentebesturen uitsluitende, hoogere goedkeuring eischt OTyde besluiten der gemeentebesturen rakende,

*) Gemeenterecht, 4e druk, i, blz. 136.

Goedkeuringsrecht als „voogdij".