is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN LAGERE ORGANEN

195

Het ligt wel voor de hand, dat voor besluiten, welke Goedkeuring een blijvenden toestand in het leven roepen, een ÏS/teSuS. eventueele goedkeuring niet alleen vereischt wordt voor het tot stand komen van de besluiten, maar ook voor haar wijziging en opheffing. Dat zal dus in de eerste plaats het geval zijn voor verordeningen; wat artikel 147 van de Grondwet bepaalt met betrekking tot het hooger toezicht op belastingverordeningen geldt ook in andere gevallen, dat een verordening aan hoogere goedkeuring is onderworpen. Een besluit, dat beoogt de goede verzorging van archieven te verzekeren, raakt, al betreft het een inwendige aangelegenheid der adnunistratie, een belang, waarvan de duurzame werking verzekerd moet zijn. Hierdoor is te verklaren de bepaling welke artikel 22 der Archiefwet 1918 bevat ten aanzien van de archieven der waterschapsbesturen. Deze besturen worden in dat artikel n.1. bevoegd verklaard, om onderling of in samenwerking met gemeentebesturen een „regeling" te treffen omtrent de gemeenschappelijke berging van een deel hunner archieven in één archiefbewaarplaats en omtrent gemeenschappelijk beheer der in die bewaarplaats overgebrachte archieven.

De regeling moet bepalingen bevatten omtrent hare opheffing of wijziging.

Bovendien behoeft de regeling, hare wijziging of opheffing, de goedkeuring van Gedeputeerde Staten,

1 \ _*e besIuiten der gemeentebesturen rakende het invoeren, wijzigen of afschaffen van eene plaatselijke belasting behoeven de goedkeuring des Konings.