is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

342

vraagstuk der

Grond van wat aangaat de persoon van den rechter èn wat betreft et etoog. ^ wijze van behandeling, den ingezetenen niet voldoende die bescherming hunner rechten tegenover de administratie verschaffen, welke zij in het burgerlijk recht bezitten? En, aangenomen dat dit niet zoo ware, is dan toch die zoo geheel verschillende behandeling van beiderlei rechtspraak op zich zelve niet reeds voldoende om bij de justiciabelen de meening te vestigen, dat die bescherrning in het publieke recht geringer is?

„Volkomen waar is wat een Fransch schrijver x) hiervan zegt: „il ne suffit pas qu'un tribunal soit indépendant, il faut encore qu'il en paraisse". Wij hebben ons dit lange citaat uit het werk van den hoogst bekwamen leerling en volger van Buys, die tot het huidig oogenblik niet heeft opgehouden met onverdroten ijver en toewijding voor de invoering eener algemeene administratieve rechtspraak te strijden, veroorloofd, omdat wij niet in staat zijn, duidelijker in kort bestek de redenen samen te vatten, waarom door Buys en zijn school de invoering dier rechtspraak werd noodzakelijk geacht. Het betoog gaat uit van een principieele tegenstelling tusschen rechtspraak en regeeren (administreeren). Hieruit wordt de principieele ongeschiktheid der „administratie" voor het berechten van geschillen over de toepassing van het administratief recht afgeleid.

Voorts wordt betoogd, dat de omstandigheid, dat de

x) Saint Girons, Essai sur la séparation des pouvoirs (1881) blz. 492.