is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

346

VRAAGSTUK DER

Veralgemeening van het verzet tegen de ontwerpen Loeff.

basis, uitgaande van een volstrekte tegenstelling tusschen publiek- en privaatrecht, en waarin in de meest vage bewoordingen werd gezegd, dat de rechterlijke macht, oordeelende in administratieve zaken, kennis zou nemen van alle beroepen tegen besluiten, handelingen en weigeringen van aclministratieve organen, een tegenstand moest wekken, waardoor de zaak der administratieve rechtspraak zelve in gevaar werd gebracht, schijnt, achteraf bezien zoo vanzelfsprekend, dat men zich slechts verwonderen kan over de zelfoverschatting van den Minister, die dit ontwerp in het Staatsblad hoopte te brengen. Daar de ontwerpen Loeff, hoewel nooit ingetrokken, reeds op dit moment geen andere dan zuiver historische waarde hebben, gaan wij op deze plaats op hun inhoud niet in. Kruseman, in zijn aangehaald geschrift, deelt er het belangrijkste uit mede. Het verzet, dat de theorieën van Loeff opwekten, bleef niet beperkt tot een weerlegging van die theorieën en een bestrijding van de daarop gebouwde ontwerpen alleen, maar richtte zich in het algemeen tegen allen, die de invoering der algemeene administratieve rechtspraak hadden bepleit. Zij allen werden als het ware op een hoop gedrongen en hadden, tot vertegenwoordigers der Duitsche rechtstaatsgedachte gequalificeerd, een aanval te doorstaan, zoo fel en hevig, dat jaren moesten verstrijken, alvorens weer de rustige sfeer werd gevonden, waarin het vraagstuk der algemeene administratieve rechtspraak opnieuw als zuiver praktisch vraagstuk kon aan de