is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ADMINISTRATIEF- TEGENOVER PRIVAATRECHT. II

433

„Zijn de werklieden", aldus de Regeering in haar toehchting tot het ontwerp Ongevallenwet, „volgens de wet verzekerd, dan behooren zij hun vorderingsrecht tegen de werkgevers ter zake van hun in het bedrijf overkomen ongevallen, voor zoover dat recht thans bestaat ingevolge de artikelen 1401 tot en met 1405 B. W. en volgens de artikelen 423 tot en met 427 W. v. K. te verhezen. Waar ditzelfde niet geldt voor de rechtsvorderingen, die ontleend kunnen worden aan de artikelen 1406 en 1407 B. W. scheen het ter vermijding van processen juist, deze te beperken tot de gevallen, dat er een veroordeelend vonnis van den strafrechter is ter zake van een der misdrijven, omschreven in het Wetboek van Strafrecht, Boek II, Titel XIX tot en met XXI.

Door deze regeling komt het voordeel der verzekering boven eene civielrechtelijke regeling voor de werkgevers aan het licht. Bij de laatste staan zij na elk ongeval bloot aan eene meer of minder gegronde rechtsvordering tot schadevergoeding, waarbij de werkman, kosteloos procedeerende, in den regel niets te verhezen heeft, terwijl de werkgever altijd beginnen moet met onkosten te maken. Bovendien kan bij een belangrijk ongeval de te vergoeden schade voor den Werkgever zoo groot worden, dat dit een ware ramp voor hem vormt. Bij de verzekering is hij gedekt door de betaling zijner premie en alleen in het geval, dat het buiten de partijen staande Openbaar Ministerie voldoende termen vindt om hem te vervolgen en de strafrechter om hem

Opheffing aansprakelijkheid.

T. Poelje - Beg. adm. recht

28