is toegevoegd aan je favorieten.

De gemeentefinanciën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

GEMEENTEBEGROOTING EN BEGROOTINGEN TAKKEN VAN DIENST

In de practijk komt het voor, dat gedeputeerde staten de machtiging tot het doen van uitgaven op een niet goedgekeurde begrooting beperken tot een bepaald percentage der uitgaven. Wij zien hierin geen strijd met de wet, omdat de woorden van art. 246, eerste lid, „voor zoover daartegen bij hen geen bedenking bestaat" het stellen van een limiet niet uitsluiten.

Inmenging Kroon bij begrooting.

Wijziging der

begrooting.

Indien gedeputeerde staten weigeren de begrooting goed te keuren, kan de raad daarvan bij de Kroon voorziening vragen binnen dertig dagen, te rekenen van de dagteekening van de verzending der beslissing van gedeputeerde staten (zie art. 244, in verband met art. 235). De Kroon moet haar beslissing nemen binnen twee maanden nadat het verzoek om voorziening is gedaan.

Indien een besluit van gedeputeerde staten tot goedkeuring van de begrooting door de Kroon wordt geschorst of vernietigd, heeft de raad er voor te zorgen, dat opnieuw in hetgeen de geschorste of vernietigde begrooting regelde, wordt voorzien.

Zooals wij reeds opmerkten, vormen de bedragen, welke wegens uitgaven op de verschillende posten der begrooting zijn uitgetrokken, de limiet, waartoe burgemeester en wethouders bij bet doen van uitgaven kunnen gaan. Zoodra dus posten van uitgaaf dreigen te worden overschreden, behoort de begrooting door den raad te worden gewijzigd. In de begrootingsvoorschriften 1931 is dan ook, in aansluiting met art. 248 der gemeentewet, uitdrukkelijk bepaald, dat overschrijding van eenige bij de begrooting aangewezen som van uitgaaf is verboden. Indien een post van uitgaaf ontoereikend is geworden, moet, zoo bepalen die voorschriften, met het doen van uitgaven op dien post worden gewacht, totdat daarin door wijziging der begrooting is voorzien. Tegen deze voorschriften wordt in de ' practijk nog al eens gezondigd; erkend moet echter worden, dat er gevallen zijn, waarin een betaling niet op wijziging der begrooting kan wachten. Indien als vaststaande kan worden aangenomen, dat de betaling op een ontoereikenden post op de begrooting door het gemeentebelang wordt geboden, zijn van de tijdelijke overschrijding van den post geen nadeelige gevolgen te duchten. Art. 263 der