is toegevoegd aan je favorieten.

De gemeentefinanciën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boekhouding en financieele eindrekeningen

281

daad een zeer scheeve toestand. En nu werpe men ons niet tegen, dat hier het middel „beschikking over een deel van het saldo van het vorig dienstjaar telkens te hulp kan komen. Men bedenke, dat in groote gemeenten de kapitaaldienst een menigte van posten bevat en het zou onbegonnen werk zijn doorloopend dat middel toe te passen. Bovendien strekt de uitvoering van vele buitengewone werken van eenige beteekenis zich over meer dan één jaar uit.

Het komt ons voor, dat het om de aangevoerde reden noodzakelijk is een handelwijze te volgen, welke, zonder met de voorschriften in strijd te komen, tot resultaat heeft, dat tegenover de kapitaalsuitgaven ten slotte op denzelfden dienst de dekkingsmiddelen staan. Dit wordt met het door ons aangegeven stelsel bereikt. Wij zullen dit met een voorbeeld toelichten, waarbij wij gebruik maken van de cijfers uit ons hiervóór afgedrukt staatje.

Uit dit staatje blijkt, dat het nadeelige saldo van den kapitaaldienst 1934, ad ƒ 4(1000,—, bestaat uit de volgende onderdeelen:

a. een tuordeelig saldo van hoofdstuk VII, groot ƒ 15.000,—;

b. een nadeelig saldo van hoofdstuk VIII § 2, groot ƒ 20.000,—; e. een nadeelig saldo van hoofdstuk XIII § 1, groot ƒ 35.000,—. De overbrenging van het saldo naar de begrooting voor 1935

heeft nu plaats op grond van de volgende wijziging dier begrooting:

Inkomsten: Afd. II, hoofdstuk I. Vermoedelijke batige sloten (of gedeelte daarvan) van den kapitaaldienst van het dienstjaar 1934 . . ƒ 15.000,— Waarvan komt ten bate van:

Afd. II, hoofdstuk VIL Batig slot overgebracht van hoofdstuk I .... ƒ 15.000,— Uitgaven: Afd. II, hoofdstuk I. Overbrenging van de vermoedelijke nadeelige sloten (of gedeelte daarvan) van den kapitaaldienst van het dienstjaar 1934 ƒ 55.000,—