is toegevoegd aan je favorieten.

Praeadviezen over recht en ethiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals bij de deugd — ze om een slecht doel willen d. i. misbruiken en ook, tot een goed doel, gebruiken. Op zichzelf zijn ze vatbaar voor beide. Een wetenschap b.v. de kennis van de psychologie der massa, die tot corruptie van staat en volk misbruikt wordt, blijft wel een wetenschap en als zoodanig een goed en een menschelijke perfectie, maar toch slechts in een bepaalde orde. Zij vervolmaakt hier wel den mensch als intellectueel wezen, maar maakt hem niet goed als mensch en als willer. Voor den intellectueel als mensch is zij hier een middel tot zedelijke verwording en ondergang. Wetenschap is dan alleen „alleszins" (simplidter) goed, een goed voor den mensch als mensch, wanneer ze door den goeden wil gebracht wordt binnen de sfeer van het menschelijk einddoel en krachtens deze richting tot het einddoel gemaakt wordt tot een goed ook voor den intellectueel als mensch. Maar dat ze zoo den mensch tot een goed mensch maakt, stamt dan niet uit de wetenschap, maar uit den goeden wil.

De wetenschap blijft natuurlijk soeverein in haar eigen orde, d. i. op het gebied der waarheid, maar moet door den wil met een goede bedoeling, die buiten de wetenschap als zoodanig ligt, beoefend worden, om niet enkel voor den mensch als begrijper, maar ook voor den mensch als mensch een goed te zijn. Dat bij wetenschap en kunst, bij huwelijk, bij al het zinnelijk goede, bij lichaamskracht en gezondheid etc. het geval zóó ligt, dat ze bovendien nog door den wil tot het goede geleid moeten worden, in tegenstelling met de deugd, volgt uit het karakter van het menschelijk goede, dat, zooals vroeger is aangetoond, bij definitie zich op den wil betrekt, zoodat alleen dan van een goed voor den mensch als mensch gesproken kan worden, wanneer het gaat om een goed voor den mensch als willer. Alleen de goede wil is in staat iets tot een „alleszins" menschelijk goed te te maken.

Ter toelichting.

Wat de mensch en dier van nature ervaart als goed voor hem — zoo respectievelijk wetenschap beoefenen, ieder het zijne geven, of, voor beide, gezondheid, het aangename, de lust — daarheen gaat bij hen van nature een behagen, een begeeren, een streven.

Hoe verhoudt zich dit tot het menschelijke goede?

XXII