is toegevoegd aan je favorieten.

Praeadviezen over recht en ethiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschelijk indirect goede, b.v. wetenschap, huwelijk, etc. onontbeerlijk is voor het menschelijk geluk, en derhalve door den wil niet een goede bedoeling gewild moer worden, is een moeilijke vraag, en zal misschien wel van individu tot individu verschillen. Het is niet noodig voor onze studie dit verder te onderzoeken. Alleen zij gezegd, dat wij, naar het mij voorkomt, hier zijn op het gebied van het geoorloofde, niet van het verplichte. Het is geoorloofd dokter te worden, mathemathiek te studeeren, zijn lichaamskracht te ontwikkelen, wanneer daarbij noch het doelgoede noch een of andere deugd in het gedrang komen. Maar hier bestaat, op.zich zelf bezien, geen verplichting.

In sommige omstandigheden evenwel kan ook hier een plicht ontstaan, en in zekere mate is er bij deze indirecte goeden voor iedereen een verplichting. Deze plicht stamt dan altijd uit het doelgoede en de deugd. Zoo wordt de studie van een of andere wetenschap een plicht voor hem, die het doelgoede en de deugd anders niet bereiken kan. Een dokter die practiseetften een leeraar die mathematiek doceert, moeten op de hoogte zijn van hun vak. Dit eischt de deugd van gerechtigheid. Zoo is er voor iedereen de plicht zich voldoende verstandskennis eigen te maken om als mensch of als ouder te kunnen leven en optreden zooals het behoort.

Voor het pure middelgoed geldt hetzelfde. Daar dit goede, het nutsgoede b.v. moeite, versterving, geen stuk menschelijk doelgoed of geluk uitmaakt, is er, op zich genomen, van verplichting geen sprake. Alleen treedt een verplichting op, wanneer het doelgoede of een stuk ervan, de deugd, het gebruik van zulk een middel eischt. Zoo is versterving en al het moeizame geen constitutief deel van het geluk en dus als zoodanig niet begeerlijk noch verplicht. Maar wanneer deze onontbeerlijk worden om tot het geluk of de deelen ervan te komen, dan worden het noodzakelijke middelen en ontstaat de verplichting ze te willen. Zoo is het noodig zich in te spannen tot het bereiken van een zekeren welstand, omdat in een toestand van gebrek en miserie al te gemakkelijk laanleiding gevonden wordt de beoefening der deugden na te laten.

Ik ga dit niet verder ontleden. Voor onze studie is het vol-

xxiv