is toegevoegd aan je favorieten.

Praeadviezen over: Moet de wetgever wijziging brengen in de autonomie der gemeenten?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij kunnen als voorbeeld nemen een middelbare gemeente, die in geen enkel opzicht in opspraak kwam, van welke geen enkele zwaardere buitensporigheid, dan die haren zusters ten laste vielen, vermeld wordt.

In de gemeente Tilburg namelijk heeft zich een commissie tot vermindering van den gemeentelijken belastingdruk gevormd. Als inleiding harer werkzaamheden heeft deze commissie zich met een uitvoerig request tot den Raad gericht onder bijvoeging van een accountantsrapport over den toestand der gemeentefinanciën in 1922 vergeleken met dien in 1913, 1 Sept. 1922 medegedeeld in het weekblad „Katholieke Staatkunde".

In dat request wordt het volgende oordeel van den burgemeester van Tilburg aangehaald, uitgesproken in de raadsvergaderingvan 30 December 1921:

»Spr. ziet de toekomst zeer duister in. Hij verwacht een aanzienlijke toeneming van den druk der plaatselijke inkomstenbelasting. Wanneer men in aanmerking neemt, dat de opbrengst dezer belasting is geraamd op / 1.800.000 en dat het grootste gedeelte dier belasting gedragen wordt door ongeveer 300 personen, dan kan men zich voorstellen, welken invloed de sterke algemeene vermindering der inkomsten op het te heffen percentage moet hebben."

Uit gegevens, door B. & W. dd. 20 Mei 1922 aan den Raad verstrekt, blijkt dat werd opgebracht:

in 1918 door 250 aangeslagenen ƒ 1.426.904 en door de overige aangeslagenen met een inkomen beneden / 10000: / 240.000 in 1919 / 2.027.354 en ƒ 260.000 in 1920 ƒ 1.456.742 en ƒ 270.000

»De belastingcijfers voor het belastingjaar 1921—Mei 1922 vertoonen een geheel ander beeld. Thans zal moeten worden opgebracht door de pl.m. 250 hoogstaangeslagenen een bedrag van / 1.118.008 en door de aangeslagenen met een inkomen beneden / 10.000: / 1.377.405. Te verwachten valt, dat deze verhouding in de toekomst voorioopig blijvend zal zijn."

Het blijkt dus dat tot en met het jaar 1920 voor de ongeveer 60000 inwoners van Tilburg de belasting werd opgebracht door 250 a 300 personen, terwijl sedert hetjaar 1921 de kleinste helft der belasting, zijnde ongeveer / 300000 lager dan het totaal van het vorige jaar en ongeveer/ 2 50000 lager dan de andere helft, werd opgebracht door deze zelfde 250 a 300 personen en de grootste helft door alle andere belastingbetalers te zamen. Het vermoeden ligt voor de hand, dat de hoogst aangeslagenen ongeveer even veel betalen als vroeger, maar dat de druk op middelbare inkomens is verhoogd en een onbekend aantal personen met inkomens van wellicht f 5000 tot f ioooo of misschien van f 3000 tot

XXIV