is toegevoegd aan je favorieten.

Praeadviezen over: Moet de wetgever wijziging brengen in de autonomie der gemeenten?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zou ons te ver voeren den invloed van Gneist's ideëen op de Pruisische wetgeving in bijzonderheden te ontwikkelen.

Het moge voldoende zijn er op te wijzen, dat de Selbstverwaltung als grondrecht naar de theorieën van <je liberaalkonstitutioneele school tengevolge daarvan hare beteekenis geheel heeft verloren. De denkbeelden, die in de plaats daarvan in de Pruisische wetgeving van de zeventiger jaren zijn verwezenlijkt, laten zich als volgt resumeeren:

als onderdeel van'den staat behoeft de gemeente geen bescherming tegen het staatsgezag; de zoogenaamde „eigener Wirkungskreis" is geen onveranderlijke, natuurlijke, materieel bepaalde taak der gemeente; de Selbstverwaltung moet dienstbaar zijn aan de taak van den staat; derhalve worden de Selbstverwaltungsangelegenlieiten uitgebreid met die, welke door het staatsgezag aan de gemeenten „zu eigener Verwaltung überwiesen werden."

Niet alleen hetgeen de gemeenten vrijwillig ter hand nemen, doch ook hetgeen de staat aan haar als eigen taak heeft opgedragen behoort derhalve tot de „Selbstverwaltung".

Zoo is ook de gedachte van de Pruisische Grondwet van 30 November 1920 *) en van het „Vorentwurf einer Preuszischen Stadteordnung" *), dat in par. 1 bepaalt: „Jede Stadt ist eine öffentlich-rechtliche Körperschaft zur Verwaltung der ihr gesetzliche obliegenden oder freiwillig von ihr übernommenen eigenen Angelegenheiten (Selbstverwaltungsangelegenheiten) und der ihr auf Grund der Gesetze zur Ausführung übertragenen Angelegenheiten des Reiches, Staates oder anderer öffentlich-rechtlicher Stellen (Auftragsangelegenheiten)."

Hieruit blijkt derhalve duidelijk, dat het begrip Selbstverwaltung een geheel andere beteekenis heeft gekregen.

*) Zie Heymann's Taschengesetzsammlung Nr. 96. Zoo bepaalt het eerste lid van art. 72 der Pruisische grondwet: »Die Pro vinzen verwalten nach maszgabe des Gesetzes durch ihre eigenenen Organen:

a. selbstandig die ihnen gesetzlich obliegenden oder freiwillig von ihnen übernommenen eigenen Angelegenheiten (Selbstverwaltungsangelegenheiten).

b. als ausführende Organe des Staates die ihnen übertragenen staatlichen Angelegenheiten (Auftragsangelegenheiten).

2) Dr. F. Stter-Somlo : Die Wandlungen des preuszischen StadteLandgemeinde- Kreis- und Provinzialrechts in den Jahren 19I8—1921 (1922), pag. 4.

xliii