is toegevoegd aan uw favorieten.

De toekomst van ons volksonderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleiding.

I "\e „bezuinigingswet" is aangenomen ondanks den tegenstand van ' een groot stuk der linkerzijde en het zeer uitgebreid petitionnement. Maar ook de voorstanders, in de eerste plaats de Minister zelf, nebben uitgesproken, dat ze alleen door den nood gedrongen dezen stap hebben gedaan. Dat geeft ons het recht, ja den plicht, te verwachten dat ook zij, die tot het tot stand komen van de wet hebben medegewerkt, over eenige jaren, als wij door den ergsten economischen druk heen zijn, opnieuw mede zullen willen werken aan den opbouw van ons volksonderwijs. En het is noodig, dat wij ons thans reeds rekenschap ervan geven, in welke richting dan dient te worden gewerkt. Want al heeft de strijd van de laatste maanden het in het bewustzijn van menig belangstellende in ons volksonderwijs wellicht op den achtergrond gedrongen, het blijft een feit, dat de pacificatie en de daarop gebouwde onderwijswet 1920 een belangrijk tijdperk in onze schoolgeschiedenis afsluiten. De finantieele gelijkstelling tusschen openbaar en aan de eischen der wet voldoend bijzonder onderwijs heeft haar beslag gekregen en wij wenschen daarop niet terug te komen. Integendeel, wij meenen, dat onze Maatschappij met kracht moet opkomen voor de loyale uitvoering dier pacificatie.

Maar willen wij in de nieuwe periode, die wij zijn ingetreden, doelbewust arbeiden, dan dienen wij ons vóór alles af te vragen, of en zoo ja welke, verdere veranderingen door die pacificatie worden noodig gemaakt in de denkbeelden, die in de vorige periode als de leidende hebben gegolden. Zulk een principieel onderzoek is des te meer noodig, omdat op zeer belangrijke punten, zooals de verhouding tusschen openbaar en bijzonder onderwijs en omtrent de vraag van de „neutraliteit" ook in het kamp van hen, die in den vroegeren schoolstrijd „links" hebben gestaan, onmiskenbaar nieuwe geluiden worden vernomen. En een ander hoogst gewichtig vraagstuk, dat van de eenheidsschool, is door de nieuwe L. O.-wet zelf naar voren gebracht en eischt thans een principieele beslissing.

In de volgende bladzijden zullen wij ons dan ook tot deze drie bij uitstek belangrijke onderwerpen bepalen. De behandeling ervan zal den grondslag opleveren waarop naar onze meening onze Maatschappij zich voor haar onderwijspolitiek voor de eerstkomende tientallen van jaren zal moeten stellen. Wij bespreken deze vraagstukken beginnende met hetgeen boven ook het eerst werd genoemd.

6