is toegevoegd aan je favorieten.

Schaduw van het verleden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dag ging slapen... De hemel was vol kleuren van stervend avondrood, vaag steeg van de weilanden koeien-geloei; van een afgelegen boerenhoeve klonk hondengebas en 't kraaien van een haan. Door de vaart gleed met piep-knersend geluid van riemen een schuitje met groenten. In den stillen Augustus-avond, liepen ze op een smal pad, tusschen weilanden in, Rudolf Hoogenlander en zijn tienjarig dochtertje. Schemering viel en avond-eenzaamheid hing rond gelijk een stillen droom. Ver over de weilanden waasden nevels als teere bruidssluiers, rag-fijn neergespreid.

„G'n avond," zei 'n boer even tikkend aan zijn pet.

Rudolf groette terug, keek om naar Betty, zijn dochtertje. Hij zag het kinderfiguurtje in de witte jurk zich afteekenen tegen het gras als een donkere vlek. Ze was in het gras aan den slootkant neergevallen en morrelde aan de veters van haar bruinleeren schoentjes.

„Wat doe je pop, 't gras is vochtig van dauw, kom kindje, ga nu mee!"

Maar ze maakte een ontkennende beweging met haar hoofdje.

„Nu wil ik heusch dat je opstaat," maande haar vader, zijn hand naar haar uitstekend.

1