is toegevoegd aan je favorieten.

Waar liefde woont, gebiedt de Heer den zegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

_ 5 -

Bertha (spottend.) Natuurlijk! U zegt toch altijd dat die werkvrouwen tijdvermorsers zijn. Als de juffrouwen straks werkvrouwen zijn, wil die klasse van menschen alvast 'n groote verbetering ondergaan.

Moeder (zwaait woedend met de paraplu.) Jou onbekookte bakvisschen ! Moet ik er eerst opslaan, zeg? Moet je me sarren, me bespotten ? Zeg ? Jou onbenullige schepsels ! Onopgevoed ontuig!

Anna.

Onopgevoed? Wie moeten de kinderen opvoeden ? Of moeten ze dat soms zelf doen ?

Moeder (woedend.) Kan ik het helpen dat jullie zoo'n lor van een vader hebben, die slechts f25 in de week verdiend? Als hij tweemaal zooveel'verdiende, hadden we je naar een kostschool kunnen zenden.

Bertha.

Maar oom verdient slechts f20 in de week, en onze nichtjes heeten toch wel goed opgevoede en beschaafde kinderen te zijn.

Anna.

Tante voedt ze zelf op.

Moeder.

Zeker, je moeder deugt niet! Maar ik moet alles alleen doen. Je vader zit alle avonden in de Soos te plakken.

Anna.

Dat is in ieder geval mee uw schuld. Vader heeft wel eens in stilte geschreid, omdat hij niets geen huiselijk geluk had. Hij moest zijn troost wel bij z'n vrienden buitenshuis zoeken.

Moeder (huilend ran woede.)

Ja, jelui spant met je kuiken van een vader samen om mij te dreinen en te plagen.