Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

Moeder zette hem op een stoel en trok hem zijn schoentjes aan.

Toen hij klaar was en netjes met Hans aan hun kleine tafeltje bij 't raam zat, kneep hij zijn oogen dicht en hield zijn handjes samen: „Lieve Heer", fluisterde hij, „dank u wel voor de boterham met kaas en voor de boterham met suiker en voor de melk. Amen." Toen hapte hij een groot stuk uit zijn boterham, schoof het tafeltje wat naar zich toe, likte dé suiker van zijn bord en veegde met zijn kleverig vingertje over Hansje's bord. Hans nam zijn bordje op zijn knieën en trok het tafeltje weer naar zich toe. Zoo ging het heen en weer, van Bob naar Hans en van Hans naar Bob. Het schoof hoe langer hoe wilder heen en weer, tot Bob's beker omviel en de melk op den grond stroomde. Bob greep Hans in zijn krullebol en trok hard, hard aan zijn haar. Hans gilde. Moeder pakte Bob op en zette hem in een ommezien in de kast in de gang.

Daar trapte hij tegen de deur en bonsde er met zijn vuistjes tegenaan.

Na een poosje werd het stil in de kast. Moeder keek even om de deur. Daar stond Bob kalm met zijn handen in de zakken van zijn schort.

„Zal je bedaard zijn, Bob? en gehoorzaam?"

„Nee!" zei hij. De deur ging weer dicht.

Toen Hans klaar was met ontbijten, ging Moeder weer eens kijken.

„Zal je zoet zijn, Bobje?"

„Nee!" zei Bob. Moeder keek hem zoo stil aan, zóó stil! Bob sloeg zijn dikke handjes voor zijn oogen en gluurde door zijn vingers naar Moeder's gezicht.

„Niet kijke!" zei hij.

Maar Moeder pakte zijn handjes en tilde hem opeens in de hoogte.

Hij sloeg zijn armen om haar hals en snikte: „Bob zal nooit weer doen, nóóit weer!"

Moeder ging met hem in den grooten leuningstoel zitten.

„De Heer zal wel verdroefd zijn van Bob!" meende Hans. Bob keek hem met groote oogen aan.

Sluiten