Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

LANGS 'S LEVENS KRONKELPADEN

„ik geef ze je cadeau. Roep nu maar hard, datje mistletoe te koop hebt, dan zul je eens zien of je ze niet kwijtraakt.'' En hem de takken in de hand duwend verdween ze even plotseling als ze gekomen was.

De jongen besefte wel, dat dit een buitenkansje voor hem was. Hij had van zijn grootvader wel eens gehoord, dat mistletoe zoo zeldzaam en daarom zoo duur is, en dat ze hem te prijzig was voor den inkoop. „Alleen de rijke menschen koopen ze," zei grootvader, „die kunnen daar veel geld voor geven. Een enkel takje wordt soms wel voor een gulden verkocht. Daar zouden wij te veel bij wagen, Jozef."

En daar had hij nu opeens zoo maar een heelen bos van dat kostbare goedje! Welgemoed klonk dan ook spoedig zijn hooge, klare jongensstem boven het geroes uit:

„Mistletoe! Wie koopt er mistletoe? Ik heb mistletoe, menschen, mooie en niet duur!"

't Scheen wel, of zijn geschreeuw aanstonds al uitwerking had, want daar trad zoowaar een andere jonge dame op zijn kar toe en nog andere voorbijgangers bleven staan.

„En wat kost je mistletoe?" vroeg het meisje, een tak opnemend en dien met een kennersblik keurend.

Deze vraag bracht den kleinen koopman een oogenblik in verlegenheid. Ja, wat moest hij daar nu voor vragen? Een gulden per tak, zooals grootvader eens gezegd had? Maar als die jonge dame het te duur vond en hij zijn kostbare waar straks onverkocht mede naar huis moest nemen? Dan nog beter een half ei, dacht hij, dan een leege dop.

Sluiten