Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

HET HUIS ACHTER DE DUINEN

„O Moes!" riep zus, „dat is een echte Tommie!"

„En heeft mijn jongen zich al aangekleed? Kom dan maar, dan ga ik je wasschen," zei Moe.

De deur ging open. Pa kwam binnen.

„Dag Pa! Dag Paatje I Heb je goed geslapen? Kijk es, wat ik heb!'" jubelde Ietje.

Ze wipte in bed op en neêr van plezier.

Toen moest Pa haar ook knuffelen, en ze kreeg nóg wat moois: een prachtige, groote plaat.

Op die plaat stonden een heeleboel schaapjes. En een herder ook. Die droeg een lammetje. Dat lammetje was zeker erg moe geweest.

Pa zei: „En net zooals die herder op zijn schaapjes past, en van ze houdt, en voor ze zorgt, alle dagen, zoo zorgt de Heere voor de kinderen en de menschen, die Hem liefhebben."

„Ja," zei Henk, „daar staat ook wat onder de plaat. Ik kan het wel lezen. Ik ben de goede Herder, staat er."

„Juist," zei Moes, „en we hopen, dat onze jongen en ons meiske ook schaapjes van den goeden Herder willen wezen, van den Heere Jezus."

Toen werd Ietje ook gewasschen en gekleed, en gingen ze samen naar beneden.

Van Anna krëeg zus nog een mooi haarlint, en 's middags hadden ze een lekkeren pudding toe. Ook al voor den verjaardag.

Wat had die Iet den heelen dag een pret!

Sluiten