Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

aarde kwam, en arm werd om velen rijk te maken, en te lijden en te sterven voor de zonden der geheele wereld.

Al die heerlijke woorden kwamen niet maar in de ooren van onzen vriend, om er straks weer uit te vliegen. Neen, hij onthield ze goed, en de lieer gaf op dat alles Zijn zegen, zoodat ongemerkt de wilde, havelooze knaap van vroeger heel wat veranderde. Gij moet u daarom niet verbeelden, vrienden, dat er in eens een heilige uit hem groeide. Neen, hij had zijn gebreken en zonden, zoo goed als elke andere knaap. Maar het groote onderscheid was, dat hij vroeger lust had om kwaad te doen, terwijl hij nu dikwijls berouw en spijt had als er iets gebeurd was, wat niet behoorde. Zijn vader merkte dat ook wel en zei somtijds: „Hoe het komt weet ik niet, maar Dorus is heel anders dan vroeger; ik mag lijden dat hij blijft zooals hij nu is."

Zooals ik verteld heb, was de vader van onzen vriend pakhuisknecht. Zijn meester was een rijk koopman, die Bruins heette. Deze had ook slechts één zoon, Robbert genaamd, die natuurlijk een gansch ander leven gehad had dan Dorus.

Naar den laatste had niemand omgekeken, maar de eerste was, als eenig zoontje van een rijk heer, door zijn papa en mama schrikkelijk verwend en vertroeteld. Omdat hij altijd zijn eigen zin mocht doen, was hij op 't laatst zulk een onverbiedelijk en eigenwijs mannetje geworden, dat er geen huis mee te houden was. Thans, op zijn elfde jaar, rookte de jongeheer Bruins sigaren evenals zijn papa, had een beurs vol guldens in den zak, en stapte, met zijn gouden horlogeketting op de borst, voort, alsof hij de sultan van Turkije was.

;

Sluiten