Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen van Matje gingen meewarig over Marian's ineengedoken figuurtje. Zestien jaar, en dan zonder moeder.... „Je moet maar wat aanpakken, kind, dan krijg je een beetje andere gedachten. Wil je me vanmiddag helpen aalbessen inmaken? ,Ja...."

„En zet dan nu eens wat frissche bloemen op je tafeltje, kijk eens, wat er nu staat kan wel in de vuilnisbak!"

„Ja.** Marian nam het groene vaasje en ging ermee naar beneden. Door het raam van de bijkeuken zag ze de tuin liggen. De klimroos om het schuurtje bloeide uitbundig. Marian sneed een groote gele roos af en een paar knoppen, die ze in het vaasje schikte. Moeder had de klimroos laten planten. Moeder had zelf iedere dag de verdorde blaadjes eruit geplukt, het ongedierte geweerd, de lange ranken opgebonden. Alles wat goed en mooi en hef in en buiten het huis was kwam van moeder. O! Marian kon haar snikken niet inhouden. Hoe was het mogelijk dat je moeder er nooit meer zijn zou, dat ze voorgoed weg was, voor altijd uit het huis? Dat ze nooit meer met Marian zou wandelen, nooit meer met haar praten, nooit meer haar zou komen instoppen als 't koud was? Ik houd het niet uit, ik ga zelf ook dood, dacht Marian, en ze viel neer waar ze stond, half op het kiezelpad en half op het perk begonia's. Waarom was er niet iemand anders dood gegaan, iemand van wie ze niet hield? De oude Pleuntje bevoorbeeld, die blind was en niets meer om haar leven gaf, of Chrisje, het idiote dochtertje van de huisnaaister, of de bakker Van der Goot, die bijna nooit nuchter was en zijn vrouw en kinderen mishandelde.... Waarom, waarom, juist moeder? Moeder die voor iedereen goed was, moeder van wie iedereen hield, moeder die

niet gemist kon worden Marian drukte een

vuist in haar maag; 't was of in haar maag 1 verdriet zat....

6

Sluiten