Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 10 —

„Wel, en als hg' het deed?" zei Dirk, die geen verband kon vinden tusschen hun gesprek en het gaan naar Fellness.

„Dan kon vader een boek voor mijl koopen," antwoordde Tiny.

Dirk barstte uit in lachen. „Zoo, is'dat je geheim! Daar dacht je zeker den heelen dag over!" — Tiny was beleedigd.

„Je behoeft niet te lachen," zei ze.

„Wel zoo, wil je een boek koopen?" vroeg Dirk op plagenden toon. „Als er geen jenever was, en als er boekwinkels in Fellness waren, dan zou het kunnen. Wat denk je wel, dat ons dorp is? Daar zgn geen winkels — alleen één, waar zij meel, brood, tabak, thee, suiker en zeep verkoopen, doch boeken hebben ze er niet.'

„Misschien hebben zij ze in een doos," meende Tiny.

„Eerder zullen de varkens vliegen, dan dat ze in Fellness boeken verkoopen." ''vs"i

„En waar krijgt Hendrik ze dan vandaan?" vroeg eensklaps het meisje; en op hetzelfde oogenblik bemerkte ze een vlek aan den horizont, waaruit zij besloot, dat de visschersboot aankwam. „Vooruit, Dirk, help mg' de manden vullen," en haar kleine handjes togen ijverig aan het werk. „Nu Dirk, help ze mf naar het strand dragen," zei Tiny, want zg' wilde aan zee zgn, als de visscher aankwam. Maar Dirk scheen geen haast te hebben. „Tijd genoeg," zeide^hg'.

„Neen, er is geen tijd genoeg, ik ga immers naar Fellness.'

„Maar je bent veel te bang," zei de jongen, „heeft vader je niet honderden malen gevraagd om met hem mee te gaan, maar je wou niet?" ..

„Neen, nu ben ik niet bang," zei de kleine meid. Maar terwgl zg sprak, ging haar een huivering door de leden.

Dirk zag het en lachte er om. „Zei ik niet, dat je bang was, hoe kan je nu gaan, als je bang bent."

„Maar ik moet een boek hebben, Dirk; ik moet leeren lezen, en trachten uit te vinden, wat wg' weten willen; toe haast je!"

Dirk hielp haar de manden dragen, ea juist, toen zg' de zee bereikten, sprongen Comber en Bob op het stand.

„0 vader, neem me mee naar Fellness," riep Tiny, haar oogen sluitende om de golven en het dobberend bootje niet te zien.

„Hallo! wat is er gebeurd, lieveling?" riep Comber uit En het was wonderlijk te zien, hoe de oogen van den ruwen zeeman veranderden, toen hg' het kleintje in zgn armen nam en haar kuste.

„Toe vader, neem me mee — ik heb een massa zeegrasi verzameld — twee manden vol. Bob haal ze eens, en vader kan ize in de boot zetten."

„Wel zeker mag je mee," zei de oude visscher, verheugd, dat ze'eindelgk zich over haar angst heenzette, want na dien vreeselijken nacht was zg' doodsbenauwd voor de golven der zee.

„Niet waar, vader, er zal geen storm zgn?" vroeg Tiny met een huivering.

Sluiten