Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En de vogels klepten met hun groote vleugels en vlogen weg en zeilden heen door de zonnige klaarte. En Desiderius hoorde bij zijn oor n zeer zoete gracielijke stem, die vroeg:

„Welke is die honger van je ziel en hoe wil je die gestild hebben ?"

En zich omkeerende, zag Desiderius, dat 't 'n engel was, die sprak en hij viel aan de voeten van den schitterendschoonen Godsgezant neer, beschaamd en in groote vreeze.

Maar de Engel deed hem opstaan, bemoedigde hem en zeide :

„0 Desiderius, die mij dierbaar zijt — want je Engelbewaarder ben ik, — wees niet bang en zeg het mij; spreek maar met mij, of je met een van je broeders sprak."

Toen zeide Desiderius :

„O, ik bid je, verklaar mij eens 't geheim van de werking van Gods genade in een menschenhart!"

„Vele zijn de geheimen Gods," antwoordde de Engel, „en vele de mysteries, waarvan de glans de oogen der hoogste aartsengelen nog verblindt. Maar toch ! Als gij geduldig kunt zijn en nederig, en al uw vertrouwen kunt stellen in den Heer, zoo zal ik trachten u twee beelden te toonen van u zelf, — een van den natuurlijken mensch, den Adam, in Desiderius ; een ander van den verloste door Christi bloed.

Zoo zal u ten minste een vage klaarheid opgaan over 't mysterie van Gods genade. Zal dat u voldoende wezen ?"

8

Sluiten