Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

Kees was 'n deugniet, vond ze. D'r was met dien jongen gewoonweg geen huis te houden. Zóó verbood je 'm wat, zóó deed ie 'tweer! Honderdmaal had ze 'm de groote vaas van de kast al uit z'n hand gegrist, als ie 'n touwtje wou zoeken.

„Als je 'tnu niet laat, om die heele vaas op tafel om te keeren, zal ik m'n pantoffel 'ns pakken!" had Kees vaak moeten hooren. Steevast echter had moeder de heele vaasinventaris — en daaronder menig touwtje — weer in de vaas gepropt. 'tWas dus niet meer dan natuurlijk, dat 'tonnadenkend kereltje bij 'n volgende gelegenheid z'n eindje koord weer in dat kastornament zocht!

En die jongen moest officier worden? „Hij wordt nog geen korporaal!" meende z'n moeder.

Kees zelf had over z'n schitterende carrière hoegenaamd geen zorg! 't Hooge woord was er uit en hij liet z'n ouders zitten voor 't„hoe!" Hij was nog op en top 'nkind en gleed overal die toekomstzorgen, in tegenstelling met z'n vriend Chris Kras, heen, als 'nslee over 'tijs!

„Nu bazuin je 'tnog maar niet aan jan en alleman rond, hoor, dat we van plan zijn 'n officier van je te maken!" drukte z'n vader hem op 'thart.

Daags daarna vertelde hij z'n geheim aan z'n boezemvriend met „niet verder vertellen" er bij. Den volgenden dag stond Chris paf, toen Toon Zuivel hem geheimzinnig in 'toor fluisterde, dat Kees officier werd!

„Van wien heb je dat gehoord?"

„Van Kees zelf!"

Niemand had 't mogen weten, en voor 't einde der week kende de halve stad 'tgeheim!

's Zaterdagsmiddags hielden de oude schoolmakkers nog wel 'ns 'n bijeenkomst. De meesten schaamden zich nog niet hun jongenshart weer eens op te halen aan 't oude, gelief-

Sluiten