Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

129

z'n hoofd om, toen hij Kees ontmoette! Hoe dikwijls had hij, de zoon van majoor Genster, 't deftige jongmensch geen geld geleend! Toen was Kees nog goed, maar nu dat ellendig geval op z'n weg was gekomen, redde hem zelfs 't geld niet meer. Geen enkele vriend had de partij van den vuurbal gekozen. Geen enkele hem openlijk de hand gedrukt en gezegd: Vuurbal, 'k geloof van die historie geen jota! Hoogstens een schuchter zwijgen. Dan was Chris toch een andere kerel! Daar kon je op rekenen! Geen oogenblik had hij getwijfeld aan z'n vaders eerlijkheid. 'tHad Kees goed gedaan, onwillekeurig trokken de vriendschapsbanden tusschen die twee nauwer samen.

Chris had onderweg voortdurend Max Windaan voor oogen. Hij zag hem, of ie voor hem stond. Onbegrijpelijk, dat zoo'n miserabel verwaand ventje Kees z'n vriend kon zijn. Enfin, 'twas Kees altijd gauw goed genoeg! 'n Verwijfde jongen! 'k Wed, dat ie 's morgens een uur voor de spiegel staat om z'n zwarte haren in de plooi te krijgen. En wat 'n oogen! Zoo flets, en zielloos! En wat 'n zinnelijke trek om die nietszeggende mond! 't Zou mijn vriend niet zijn 1

Zoo bouwde Chris Max Windaan voor z'n geest op. Maar al was 't een ongunstig beeld, dat daar ontstond, Chris was er nog ver van af, definitief Max Windaan als dief te kunnen brandmerken.

Hij zou moeten beginnen met Max gade te slaan. Er rijpte een plan in z'n vlugge hersens.

„Ja, dat zal 't aanknoopingspunt worden!" dacht de jonge kunstenaar, maar hij uitte z'n gedachten nog aan niemand.

„Jongen, Wat ben je vanavond weer laat!" Z'n moeder deed hem zelf open.

„'kHeb een poosje met Kees Genster staan praten!"

„Nu, die zou ik voortaan maar laten loopen, 'kheb juist vandaag rare noten hooren kraken over de Gensters 1"

Op het kruispunt 9

Sluiten