Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

„Prachtig," lachte Jan, ,,'t zou niet beter kunnen!"

„Wat leuk, hoe aardig," juichte Miep. „Kijk

Jan, de zon is nu heelemaal onder!"

„Ja," zei Jan, „ik moet nu naar huis."

„Ik ook," antwoordde Miep, „ik heb nog 'n

massa huiswerk te maken. Ik moet dien kant >»

op.

„Net als ik," riep Jan, „we zullen zoover samen gaan, hè?"

Dat vond Miep natuurlijk prettig en ze babbelde druk. Ze vertelde haar ouden vriend wat Jopy en haar in 't museum was overkomen en Jan moest er natuurlijk hartelijk om lachen. Ze vertelde van Roef hoe hij de gierige tantes geplaagd had en van Jopy die altijd met haar mee ging als ze voor straf vroeg naar bed moest en nog veel meer. Bij de deur gaven ze elkaar 'n hand en toen Miep in dat prettige open gezicht en die aardige blauwe oogen van dien flinken jongen zag, wist ze dat hij heel haar leven lang haar vriend zou blijven. Ze stormde de kamer binnen en viel van haast en opwinding over haar eigen woorden.

„O Moeder, Aal, Jopy, Roef," schreeuwde ze, „raad eens wien ik gezien heb?"

„Is 't zooiets bizonders?" vroeg Moeder, die naar haar verhit gezicht keek.

„Nou," schreeuwde Miep, „jullie raden 't nooit."

„Dan moet je 't maar zeggen," meende Aal.

„Jopy, weet je nog waar we 't laatst over hadden?"

Jopy haalde de schouders op.

„Nee, wat dan?"

„Maak ons niet zoo nieuwsgierig," bromde Roef, „vertel liever op."

„Ik heb 'n echten, heuschen kunstenaar gezien!" „Wat zeg je?" vroeg Roef, ,,'n kunstenaar?"

Sluiten