Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

„Water halen denk ik," zei Jopy, „wat is ze wit hè?"

„Vreeselijk!"

Daar kwam nog een meisje aan. „Ook ontsnapt?" lachte Jopy. „Ja, waar is ze?" „Daar, 't is Truusje Veersum!" „O, dat kind ziet er altijd uit als 'n levend lijk, hè?"

„Zou ze dood gaan?" vroeg Jopy wat angstig.

„Ben je mal, ze is alleen maar flauw!"

„Daar komt juffrouw Anke aan!"

En 'n beetje verschrikt gingen ze op zij. Maar de directrice had nu geen tijd om aan wat anders te denken. Ze torste met Miep een bakje frisch water en 'n groote flesch Eau-de-Cologne. En ze begon met grooten ijver 't voorhoofd van Truusje te besprenkelen en te wasschen. Jopy en de twee andere meisjes keken door 'n kiertje van de deur en benijdden Miep omdat ze helpen mocht.

„Ze komt bij, kijk maar," zei de een. „Nietwaar," riep Jopy, „ze ligt doodstil, hoor." „Wat eng, hè?" riep 't andere meisje. „Nou," meende Jopy.

„Wat doet Anke dat handig, alsof 't haar dagelijksch werk is!"

„Misschien is ze bij „Eerste hulp bij Ongelukken," veronderstelde Jopy en de anderen moesten er om lachen. Toen kwam opeens juffrouw van Sand met opgestreken zeil aan.

„Wat moet dat hier?" riep ze uit.

De drie zondaressen keken beteuterd, Jopy zei, om zich 'n houding te geven:

„Truusje Veersum is 't!"

„Zoo, dadelijk naar binnen en van twaalf tot half één schoolblijven. Stil wegloopen, 't is wat moois hoor!"

Sluiten