Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want het was overigens een lieve vrouw van wie ik veel hield. Ik kon haar soms uren* lang gezelschap houden en dan volgde ik haar overal, waar zij heenging. Gewoonlijk hield ik mrj aan haar rokken vast, en hoe harder ik dan met mijn kop schudde en er bij bromde, hoe harder zij lachen moest Toch maakte ik het haar dikwijls lastig. Was zij bijvoorbeeld aan het aardappelen schillen, dan gooide ik wel driemaal op een morgen het potje om, waar zij de geschilde inwierp, en de aardappelen verstopte ik in alle hoeken en gaten. Maar zij werd er nooit boos om.

„Je bent een lobbes, hoor!" dat was gewoonlijk alles, wat zij er van zeide, en dat vond ik nog al niet erg. Maar ze werd wèl boos, als ik iets verscheurde of stuk beet. Dat wilde zij in het geheel niet hebben. Zoo heb ik eens een mooie boa, die zij Zondags wel omdeed, als zij naar de kerk ging, van den stoel getrokken en aan wel honderd stukjes gebeten. Maar toen keek ze leelijk, hoor. Ik moest dadelijk naar het schuurtje, en het duurde wel een week, eer ik weer in genade werd aangenomen. Toen evenwel was mijn niisdrijf ook weer vergeven en vergeten, en

18

Sluiten