Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was de goede vrouw weer even vriendelijk als vroeger.

Ja, ik was graag bij haar, maar toch vond ik het nooit jammer, als ik eens ontsnappen kon, wat nog al eens gebeurde. Ha, wat kon ik dan de kippen nazitten, en wat moest ik dan lachen, als ze onder luid gekakel uit elkander vlogen en niet wisten, waar zich te bergen. Dat was bepaald een vermakelijk gezicht! Eens heb ik er wel vijf tegehjk in de sloot gejaagd...

Maar dat bekwam mij slecht, want juist op het oogenblik, dat het gebeurd was, kwam mijn moeder thuis, zoodat zij wel zien moest, wat ik uitgehaald had. Nu, zij zag het dan ook, en werd niet zoo'n beetje boos. Zij beet mij zoo hard in mijn rechteroor, dat ik het uitpiepte van pijn, en zei:

„Wat, jou kwade bengel, moet jij de kippen in de sloot jagen? Schaam jij je niet, ondeugd? Laat zulke schandelijke dingen aan de straatjongens over, maar een welopgevoeden hond passen zij allerminst. Ik moet mij over je bedroeven, en ik had het niet van je gedacht ook. Wat moet de baas nu van je denken? Foei, ik schaam me over je!"

2*

19

Sluiten