Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onbeweeglijk bleef zij liggen, met gesloten oogen, en doodsbleek.

Ik begreep, dat hulp hier hoog noodig was. Ik trok haar zoover den kant op, als rnij mogelijk was, en spoedde mij naar huis. In een oogwenk was ik bij Betje, het kamermeisje, en nu begon ik te blaffen, dat hooren en zien haar bijna vergingen. Maar zij begreep mij niet.

„Domme hond!" riep ze, „wat maak je een heidensch leven! Wil je wel eens stil wezen!"

Maar ik hield mij niet stil. Integendeel, ik blafte nog harder en liep telkens naar de deur in de hoop, dat ze mij volgen zou. Eindelijk greep ik haar bij haar jurk en trok haar meê. Nu werd zij opmerkzamer.

„Wat wil je toch, hond?" riep ze uit, terwijl zij zich van mij wilde losmaken, wat haar niet gelukte. Zoo trok ik haar mede naar buiten en het gazon op. Toen werd zij bleek, en mijn trekken werd verder overbodig, want zij liep nu hard uit eigen beweging. Zoo kwamen wij bij den vijver, waar Loe nog in dezelfde houding lag.

„Groote hemel!" riep Betje uit, en zij bleef een oogenblik als versteend staan, maar toen

72

Sluiten