Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wees er zeker van, dat ik doen zal, wat ik zeg."

„Hè, — wat?" vroeg Jaap Vod, nog rood van drift en inspanning, ,,'t Is toch mijn eigen hond, zou ik meenen, en ik mag er mee doen, wat ik wil. Loopen moet hij, al zou ik ook twintig stokken op hem stukslaan!"

„Arm dier!" sprak het meisje, terwijl ze mij liefkoozend over den kop streelde. Haar moeder onderhield intusschen mijn meester over zijn wreedheid, en wees met nadruk op al het leelijke daarvan, wat door Jaap met een knorrig gebrom beantwoord werd. Veel verstond ik er echter niet van, want ik lette bijna uitsluitend op Loe, likte haar de handen, keek haar smeekend en snuivend aan, kroop zoover mijn strengen het toelieten op rnijn buik naar haar toe, kortom, ik gaf haar alle mogelijke bhjken van blijdschap en — herkenning. Plotseling richtte zij zich op enkeek mij met aandacht aan.

„O Mama!" riep zij uit, „ziet u wel, hoe sprekend dat arme dier op onzen Nimrod lijkt? Kijk eens, precies zulke bruine vlekken bij de oogen, en daar op het lijf, en dat witte kwastje aan den staart! En zie eens,

153

Sluiten