Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

„Dank je, mannen, dank je! Daar doen jullie nu eens goed aan! Dat is echte Afrikaansche vriendschap, die op den laten avond nog mijn hart verheugt — komt binnen!"

„Lena, waar zit jij?" riep hij. „Haal eens gauw eenige flesschen wijn!"

Met de bulp der vrienden werd met bekwamen spoed een lange tafel in orde gebracht, en de geïmproviseerde feestdisch leverde wel een eigenaardig gezicht op.

Daar was Hans Veen, de kleermaker, vermaard door zijn onmiskenbaar talent, om op de onmogelijkste dingen een rijm te maken, en naast hem zat — met dat leuk en effen gelaat — een zwartgebaarde landbouwer. Eenige zetels verder werd het oog geboeid door den echten Nimrodskop van een vermetelen olifantenjager, die soms zes maanden achtereen in het hooge Noorden zwierf: op de jacht van olifanten en nijlpaarden, en recht tegenover den ouden Kloppers zat Kees Lakenvelder, evenals baas Kloppers het hoofd eener groote, achtbare familie. In 't geheim werd gemompeld, dat er in zijn hart altijd een kleine jaloezie opkwam, wanneer men hem vertelde, dat Kloppers toch eigenlijk nog een mooieren veestapel had dan hij, doch dat daargelaten, was hij een flink Afrikaner: gul en gastvrij en de nationale zaak van harte toegedaan.

In het midden der tafel hadden Dirk Kloppers en zijn vrouw plaats genomen, beiden met een glimlach van voldoening op het gelaat, en de petroleumlamp, die reeds sedert jaren het sobere licht der vetkaars op Vredenoord had verdrongen, wierp over al die vroolijkeen lachende menschen haar helder en rustig licht. Lena bediende met vaardige hand de gasten.

„Nu, neef Dirk en nicht Anna," zei baas Lakenvelder: „op de gezondheid van de tweelingen;!" en hij dronk het glas leeg in éénen teug.

>,Ik,hoop, dat ze binnen het jaar mogen loopen," meende de zwartgebaarde, terwijl hij reeds het tweede glas te pakken had.

„En dat ze wakkere Afrikaners mogen worden en moedige jagers!" riep de zware stem van den olifantenjager.

,,'t Eene is een meisje," zei grootmoeder Kloppers terechtwijzend, welke^ opmerking met een algemeen, schaterend gelach werd begroet.

Het was een gezellig, prettig avondfeest, en terwijl geen ruw woord werd vernomen deed menige onschuldige kwinkslag de ronde. En juist zou de olifantenjager zijn jongste jachtavonturen

Sluiten