Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63

Dat was tante Martje....

Hij nam haar in zijn sterke armen. Het vuur dreigde hem te omsingelen; hij vreesde te stikken in den rook.

„Almachtige God! Help mij!" kwam het steunend uit zijn breede borst.

Toen riep een sterke stem: „Houd moed!"

Het was Kasper's stem. Kasper was hem gevolgd; hij nam tante Martje, en met een uiterste inspanning werd snel de buitenkant bereikt.

De ijzersterke natuur van den Boer was door de buitenlucht weer aanstonds op haar verhaal, en hij staarde zijn redder in het gelaat.

„Kasper," zeide hij bewogen: „God zal het je loonen, ja, dat zal Hij!" en hij reikte den boerenzoon de hand.

Tante Martje kreeg haar bewustzijn spoedig terug. Baas Jansen wierp een blik op de kleeren, die hij bij haar had gevonden — het waren de kleeren van haar zoon Frits, waarvoor zij haar leven had gewaagd

Jansen riep zijn vertrouwden knecht.

„Eliëzer," zeide hij op rustigen toon; „ik denk, dat binnen vijf minuten het buskruit in het achterhuis vuur zal vatten. Het is wel gedekt met zware ossenhuiden, doch die huiden zullen niet langer weerstand kunnen bieden."

„Ik heb er nog vier natte ossenhuiden over heen gesjord," antwoordde de Kaffer.

„Laat me je handen eens zien!" zeide baas Jansen.

Eliëzer liet ze zien — ze waren bedekt met brandwonden. Zelfs zijn haar was verschroeid.

Toen strekte baas Jansen zijn eigen verschroeide handen omhoog en riep: „Zoo waarachtig als ik leef, Eliëzer, ik zal dezen nacht en jouw trouw niet vergeten!"

Nu gaf hij bevel, dat alle man zich van het erf terug zou trekken.

„Als het dak instort," zeide Jansen: „dan gaat het buskruit ook!"

Men verzamelde zich achter in den boomgaard; moeder Jansen rustte op een snel in gereedheid gebracht bed in een ossenwagen, door haar dochters opgepast.

Zwijgend gingen eenige minuten voorbij.

Daar stortte het dak van Waterfontein in

Er volgden twintig seconden van ademlooze spanning en daar

Sluiten