Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

baas, wat gaat ge doen?" Hij had mij onmiddellijk herkend."

Moeder Jansen zuchtte; baas Kloppers zweeg en staarde peinzend voor zich uit.

„Hoe laat verliet Frits de ouderlijke woning?" vroeg hij na een pauze.

,,'t Was half vijf," antwoordde tante Martje. „En hoe laat brak de brand uit?" „Ongeveer te tien ure."

„In vijf en een half uur heeft de drift van een mensch tijd om te bekoelen," meende de oude Voortrekker: „en acht gij Frits nu in staat, om na zoo'n tusschentijd in koelen bloede de ouderlijke woning af te stooken?"

„Het kan niet waar zijn," riep het gewonde moederhart van tante Martje, doch Reinard Jansen barstte los: „Is het niet vreeselijk en verschrikkelijk? Is het niet monsterachtig en ongeloof elijk?"

„Ja, ongeloofelijk!" riep de grijze Voortrekker met klem.

„Toch is dat monsterachtige gebeurd," zeide Jansen met een somberen klank in zijn stem. , Maar nóg was de oude Kloppers niet overtuigd.

„Frits ging om half vijf naar de familie Williams?" vorschte hij. ' Jansen knikte bevestigend.

„Wanneer vertrok hij naar Rhodèsia?"

„Dienzelfden avond," zeide Jansen.

,J3us hij moet onderweg teruggekeerd zijn, om Waterfontein in de asch te leggen?"

Baas Jansen stutte het hoofd met de handen en staarde strak naar den grond.

„Met de wetenschap, dat, vatte het buskruit in het achterhuis spoedig vuur, waar alle kans op was, zijn ouders en zusters in de vlammen moesten omkomen!" ging de grijsaard voort. „Zoo iets behoort thuis op het terrein van den Satan!"

Jansen richtte het hoofd op, en staarde den grijsaard aan met een blik vol onzegbaar wee.

De grijze Voortrekker begreep dien blik, en den gefolterden man vol deernis aanziende, zeide hij: „Neef Reinard, ik vraag niet uit nieuwsgierigheid, maar ik tracht een uitweg te vinden uit dezen verschrikkeüjken doolhof — gelooft ge niet, dat je ongeluk mij ter harte gaat?"

Hij behoefde het niet te vragen; Jansen kon het lezen in die oogen.

Sluiten