Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104

„Dat hindert niet," antwoordt de oude man. „Je moeder heeft voor mij zoo dikwijls de hitte van den dag en de koude van den nacht getrotseerd — licht, dat ik bij haar blijf in haar laatste uren."

Zoo zit hij, de drieentachtigjarige, van 's namiddags vier uur tot den anderen morgen negen uur, volle zeventien uren, bij de sponde der stervende, haar die kleine diensten bewijzend, die men zoo gaarne aan zijne liefste betrekkingen bewijst.

Doch nu is zijn kracht ook op, en terwijl zijn zoon zijn plaats inneemt, werpt hij zich gekleed te bed, om een korte rust te genieten.

Hij had drie uren gerust, en de zon had juist de middaghoogte bereikt, toen Jan den grijsaard wekte. „Moeder verlangt naar u," zeide hij. „Hoe gaat het?"

„Moeder is in een buitengewone stemming." f De grijsaard spoedde zich naar de ziekekamer.

„O Dirk," riep de zieke, zijn beide handen grijpend: „ik zal niet met de nachtschuit vertrekken."

Hij schikte haar kussen goed.

„Ik vertrek met volle zeilen," riep zij met zeldzaam heldere, bijna juichende stem: „met volle zeilen! in het licht der eeuwige Zon."

De grijsaard zag haar lang aan; er was geen spoor van overprikkeling in haar oogen, en de oude Voortrekker riep met bewogen maar krachtige stem: „God zij geloofd en geprezen!"

Van het erf hoorde men het getrappel van paarden, en vier van Klopper's zonen traden binnen.

Het waren forsch gebouwde mannen met reeds' grijzende 'haren, óuder dan Jan.

Zij waren midden in den nacht van huis gegaan, en hadden een rit van twaalf uren achter den >rug.

„Ook dat nog!" riep de stervende; „ik mag ook mijn kinderen nog zien!"

Zij vouwde haar handen en fluisterde: „Heere, ik ben geringer dan al Uwe weldadigheden!"

Zij kuste haar zonen, en vroeg hun naar den welstand thuis. Toen zeide zij op zachten toon: „Laat Daniël nu ook binnen komen!"

Sluiten