Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120

dreigde te worden, doch de Engelsche Jingo's liepen met fieren tred en trotsch opgeheven hoofd door de straten; krachtig in het bewustzijn, dat zij op het punt stonden, de Boerenregeering, die door hen een vermolmde regeering werd genoemd, in elkaar te trappen. »

Marling stond op de stoep — het was namiddag — en keek nadenkend naar de haastig voorbij snellende menschen.

Versch lag hem het gesprek, dat hij eergister met zijn vrouw had gehad, nog in het geheugen.

Hij zuchtte.

Hij was ter goeder trouw, waar hij meende, dat de Boeren ongelijk hadden. Hij, de voortvarende Engelschman, had geen oog voor het taaie conservatisme van den Afrikaanschen Boer, dat als een rem in de wielen greep van den snel voortrollenden wagen.

Zeer zeker, daardoor werd de wagen in zijn vaart gestuit, maar het gevaar, dat de wagen in den afgrond zou tuimelen, werd eveneens verminderd. Dat laatste zag hij niet in.

Marling bezat dien nationalen Engelschen karaktertrek van geestkracht en ondernemingsgeest, die den kostbaren tijd niet vertreuzelt met dralen, maar hij miste dien Hollandschen trek van voorzichtigheid, die wikt en weegt, voor men 't waagt. En omdat hij die voorzichtigheid niet begreep, en aan enghartigheid, bekrompenheid en rassenhaat toeschreef, wat slechts het uitvloeisel was van vroed en voorzichtig staatsmansbeleid, deed hij de Boeren onrecht, door hen te beschuldigen van onrechtvaardigheid.

Doch hij handelde naar zijn overtuiging, en het had hem waarlijk een harden strijd gekost, alvorens hij mannelijk partij had getrokken voor hetgeen hij beschouwde als recht en billijk. Want hij had innige vrienden onder de Boeren — tegen den ouden Dirk Kloppers zag hij op met den eerbied en de liefde van een kind voor zijn vader, en zijn eigen kind — deed het Afrikaansche Boerenbloed niet dat kleine kinderhart kloppen?

Zoo was dan zijn ziel vol droefheid, maar hier mocht geaarzeld noch geweifeld worden. Hij was een zoon van CromwelFs rondkoppen, die, toen het móést, met het zwaard der gerechtigheid hun koning het hoofd voor de voeten legden, en de schimmen zijner voorvaderen zouden hem toornig aanzien, indien hij terugschrok voor een moedige daad.

Hij wilde daarom nog geen omverwerping van den bestaanden

Sluiten