Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145

Eliëzer was niet zoo voorspoedig in het vinden van zijn jongen baas als meesterke.

Het had hem heel wat moeite gekost, om de garnizoensplaats van Rhodes' ruiterij uit te vinden, en toen hij aan de kazerne navraag deed naar Frits Jansen, staarde men den Kaffer aan met verwonderde oogen, want de ruiters waren uitgetrokken, en niemand der achtergeblevenen kon bescheid geven.

Doch Eliëzer was niet voor één gat gevangen, en daar hij het adres wist van den Boer, bij wien het meesterke huisonderwijzer zou worden, lag het voor de hand, dat zijn eerste werk was, dien Boer op te zoeken.

Maar in de eenzame vlakten van Rhodèsia verdoolde Eliëzer, en na een langen zwerftocht keerde hij bedroefd en terneergebogen naar de garnizoensplaats terug. Te grooter was zijn verrassing, toen hij, bij het vallen van den avond, in den boomgaard van een boerenwoning, waar hij nachtkwartier wilde vragen, den hem welbekenden grauwen poney zag grazen.

Hij trad de woning binnen, en de eerste, dien hij zag, was het meesterke, die met groote vreugde den trouwen knecht van baas Jansen begroette.

„Hoe maakt het mijn jonge baas?" vroeg Eliëzer aarzelend. „Ik heb hem verleden week nog gesproken," antwoordde de onderwijzer: „en morgen is hij waarschijnlijk van zijn militairen tocht terug. Ik ben van plan, hem morgen op te zoeken; 't is hier dicht in de buurt, en gij kunt meegaan."

Eliëzer was met dit voorstel hoogelijk ingenomen, doch toen het meesterke verklaarde, dat Frits onschuldig was aan de brandstichting, werd de Zoeloe zeer bedroefd, want hij wist zeker, dat zijn jonge meester de brandstichter was. En een vreeselijke beklemming greep hem aan bij de gedachte, dat hij, een verachte Kafferknecht, den zoon van zijn baas tot schuldbekentenis zou moeten brengen.

Op verzoek van den onderwijzer vond de Zoeloe een onderdak in de schuur, en den volgenden dag gingen beiden bij het krieken van den dag op reis. Het meesterke bereed zijn poney,

an r\a Voffo," ïiort Ar naacf-

Het was voormiddag, toen men het doel der reis had bereikt, en terwijl de Kaffer zich neervleide in de schaduw van een eik, ging het meesterke naar de kazerne, om den jongen Jansen op te zoeken.

Frits was reeds eergisteravond teruggekeerd; hi] was reent

De Buitere. 10

Sluiten