Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

in zijn schik, in dit vreemde land weer een bekend gelaat te zien. Doch toen het meesterke mededeelde, dat Eliëzer was gekomen, betrok zijn gelaat evenals het blauwe gewelf, als er een zware donderwolk over heen gaat.

„Ik kan hem niet zien!" barstte hij los.

„Hij is trouw 'en eerlijk," zeide het meesterke met zachte stem.

„Hij is een leugenaar en lasteraar!" riep Frits vol bitterheid.

„Spreek eens met hem!" waagde het meesterke te zeggen. ,,'t Is niet noodig!" zeide Frits uit de hoogte. „Wilt ge je dan niet verzoenen met je ouders?" „Ja," antwoordde de jonge Boer hartstochtelijk; „dat weet ge pok wel!"

„Wel nu," meende het meesterke: „Eliëzer komt niet uit eigen beweging —" „Dat is glad genoeg," zeide Frits koeltjes. „Hij komt als bode van je moeder."

„Ook van Vader?" vroeg de jonge Boer, den spreker scherp aanziende. Het meesterke sloeg de oogen neer.

„Ik weet het niet," zeide hij langzaam; „maar je vader heeft het in elk geval goedgekeurd; anders was Eliëzer niet gekomen." . Frits keek den onderwijzer aan. Hü had toch niet vermoed, dat het meesterke in zulke zaken zooveel gezond verstand bezat.

„Ik begin al verstandig te redenèeren — vind je niet?" vroeg het meesterke met een glimlach.

Frits moest er toch zelf om lachen.

„Qij zijt een aardig meesterke," zeide hij vriendelijk, hem op de smalle schouders kloppend.

Doch zijn gelaat hernam eensklaps weer zijn ernstige plooi, toen hij vroeg: ,3Iijft de Kaffer bij zijn beweren?"

De onderwijzer moest het helaas bevestigen, en er volgde een lange en ernstige pauze.

„Ga mee!" smeekte het meesterke, en hij hief zijn weemoedige oogen op tot den jongen Boer; „ik weet, dat oubaas Kloppers je ouders op de gedachte heeft gebracht, om Eliëzer hier heen te zenden."

„Is oom Dirk op Waterfontein geweest?" vroeg Frits vol spanning.

Het meesterke knikte bevestigend.

„En gelooft hij aan mijn schuld?" vroeg hij bijna fluisterend.

Sluiten