Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

150

„Na den brand," antwoordde Eliëzer op stelligen toon; ik heb hem den volgenden morgen nog gezien."

De jonge Boer zeide niets, maar hij dacht er over na, dat de brief aan zijn ouders, meegegeven met Jack, zijn bestemniirt£ evenmin had bereikt als de brief van zijn moeder aan hem, en terwijl Jack beweerde, vóór den brand vertrokken te zijn, had Eliëzer hem na den brand nog in de buurt gezien.

„Komt beiden mee!" zeide Frits kortaf.

Het drietal begaf zich naar de kazerne.

„Frits, houd je kalm!" waarschuwde het meesterke.

„Laat dat maar aan mij over!" zeide Frits bedaard.

Bij de poort der kazerne stonden Jack en eenige andere Vrijwilligers zich — kinderachtig genoeg — onledig te houden met zeepbellen te blazen.

^Kijk, hoe Jack's hand begint te beven,'" zeide Dick, een kameraad!

„Je vergist je," zei Jack, en hield de pijp omhoog. Inderdaad was zijn hand weer vast.

Het drietal was nu de groep genaderd, en Frits zeide, zich tot Jack wendend, met een sterken nadruk, terwijl een grenzenlooze verachting uit zijn stem en gebaren sprak: „Ik beschuldig je, Jack Williams, dat gij het huis van mijn ouders met moedwil hebt afgestookt, en dat gij, om op mij de verdenking te brengen, mijn kleeren aantrokt, toen gij de afschuwelijke daad volbracht. Ik geef je de getuigenis, Jack Williams, dat gij het satanisch sluw hebt overlegd, en ik verklaar je tevens in het bijzijn van al wie het hooren wil — voor een eerloozen schurk!"

Met deze woorden keerde Frits zich om, en het drietal verliet het kazerneplein.

Dick echter zeide tot Jack: „Kerel, je ziet er uit, alsof je een beroerte zult krijgen!"

En John riep, aan Jack den rug toekeerend en verachtelijk tegen den grond spuwend: ,,'t Is geen wonder!"

HET AFRIKAANSCHE BLOED.

Dien namiddag had Frits dienst, doch tegen den avond was hij vrij, en wandelde hij met het meesterke een lang beschaduwde laan op en neer.

Sluiten