Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

211

De gelijkenis pakte; men kon het zien op de gebaarde gezichten der kommandanten.

Twee afgevaardigden der zusterrepubliek Oranje-Vrijstaat sloten zich in een treffende rede, die in ademlooze stilte werd aangehoord, bij het voorstel van Paul Kruger aan, en eindelijk — eindelijk kenterde het getij.

Schalk Burger stond op en zeide: „Broeders, ik ben het nog niet eens met het voorstel der Regeering, doch ik begrijp, dat wij moeten buigen voor de groote wijsheid van onzen President, ik acht het onzen plicht, ons overtuigd te houden, dat hij grooter doorzicht en kennis heeft in politieke zaken dan wij. Daarom stel ik u voor, met algemeene stemmen het besluit te nemen, om de Jamesonkwestie te laten in handen van den President en den Uitvoerenden Raad, en hun beslissing te verdedigen bij het volk."

De kommandanten legden zich bij dit voorstel neer; Paul Kruger had gezegevierd.

Christelijke edelmoedigheid en hooge staatsmanswijsheid kenmerkten de houding van den President, en alle beschaafde volken juichten hem toe.

De Engelsche Jingo's waren natuurlijk nog niet tevreden. Zij zouden niet rusten, voordat de geheele macht van het Britsche wereldrijk tegen de kleine Republiek in 't geweer werd geroepen. Ook zou de misdadige opzet gelukken, en twee Boerenrepublieken zouden ineenstorten.

Maar al ging de vrije Staat onder, het Hollandsch-Afrikaansche volk zou niet ondergaan, en uit de puinhoopen zou het zijn luisterrijke historie en de toekomst redden. Zoo zou het groote Vereenigd Zuid-Afrika geboren worden: een vrij volk van de Tafelbaai tot waar de watervallen dreunen van de Zambezierivier!

XXXIV. HUISTOE!

De muiters der goudstad wisten nu, wat'zij hadden aan de zonen der wildernis, en opdat zij het voorloopig niet zouden vergeten, gelastte de Regeering, dat een krijgsmacht van tweeduizend Boerenruiters door Johannesburg zou trekken.

Alzoo geschiedde het. Zij reden, in afdeelingen gesplitst, op

De Ruiten. U

Sluiten