Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar het stille, verlegen jongetje, het „kleine broertje" van de groote van der Wippen, waartegen de menschen neerbuigend en

een beetje meelijdend plachten te zeggen: „Nou dat vin je

zeker wel heerlijk hè, dat je zulke knappe, kranige broers hebt!"

Toen kwam er een zomervacantie, waarin Flipje voor het eerst van z',n leven alleen uit logeeren zou gaan. Een neef van zijn moeder, die op een mooi buiten in Gelderland woonde, had hem en zijn zusje Cootje te logeeren gevraagd en daar Cootje een bijzondere reden scheen te hebben om liever thuis te blijven, werd de invitatie alleen voor Flipje aanvaard.

De Geldersche neef „Oom Bernard" zooals de familie

van der Wip „voor de gezelligheid" zeide, had kinderen van Flipjes leeftijd; twee meisjes van elf en twaalf en dan nog een klein kleutertje van zes en onze Flip was nog geen twee dagen op de Olmenhoeve, of hij had bij zich zelf uitgemaakt, dat het toch wel erg prettig was eens ergens te zijn waar de heldendaden van Tom en Hans, de knapheid van Steven en de ueftalligheid van Cootje onbekend en bijgevolg volstrekt niet in tel waren. Voor het eerst van z'n leven voelde Flip zich niet langer achteruitgezet, de nichtjes Loesje en Trudi vonden hem een verbazend knappen jongen omdat bij in de ringen op z'n hoofd kon staan en electrisch licht in haar poppenhuis wist aan te leggen; zij moesten verschrikkelijk lachen om de grapjes en verschrikkelijk griezelen bij de spookhistories, die hij haar vertelde en het kleine Suusje stond met een open mondje en oogen wijd van bewondering, toen ze zag dat Flip een dikke spin „zoo maar" beet durfde pakken en toen hij een vhegnrachine teekende op het schoolbord in de kinderkamer.

Ja, de bewondering van de drie meisjes was menigmaal zóó, dat Flip er verlegen onder werd; vooral Trudi kon hem aan tafel

8 -

Sluiten