Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't is daar héél diep mevrouw 'k geloof beslist wel zeven meter >t Heeft geen haar gescheeld of de kleine jongejuffer

was verdronken!"

Flip van der Wip heeft dien dag ten volle geweten hoe 'n gevoel het je geeft, wanneer je als een held gevierd wordt. Br kwam een meneer van de krant met een opschrijfboekje en een potlood, die zich de beele historie door Gerard en Barend liet vertellen en toen allerlei van Flip wilde weten: hoe oud hij was, waar lüj woonde en waar hij dat wonderbaarlijke zwemmen en duiken had geleerd. Er kwam een meneer met een fotografietoestel, die kiekjes wou nemen van Flip, van Suusje, en de heele familie, maar Oom en Tante hadden daarop tegen, zoodat hij zich toen maar met een kiek van de oude Barend en een van het roeibootje tevreden stellen moest.

En telkens als Flip uit een der ramen naar buiten keek, zag hij voor het hek van de villa de dorpskinderen staan, die hun halzen uitrekten om hem te zien en een hoeraatje aanhieven als ze hem in het oog kregen. Des middags aan tafel zat ook de dokter van het dorp aan en een paar goede vrienden van de familie, die waren gekomen om naar de groote gebeurtenis, waarvan het gerucht zich als een loopend vuurtje had verspreid, te informeeren en toen stond, aan het dessert Oom Bernard plotseling op, nam een klein doosje uit den zak van zijn jas en wendde zich tot zijn neefje, dat bleek en stil en heelemaal niet zoo zelfbewust als men van een held zou verwachten, tusschen zijn beide nichtjes aan tafel zat.

„Beste Flip" zei hij, „deze dag zal voor ons allen onvergetelijk bnjven. Ik wil niet nog eens herhalen hoe dankbaar wij je> allemaal zijn, hoe 'n dappere kranige jongen wij je vinden, jij, die onze lieve kleine Suusje van een wissen dood hebt gered. Wij kunnen je nooit vergelden wat je dezen dag voor ons deed, maar

19

Sluiten