Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Harm woont op z'n eiges en ik heb 'm nog niet weerom gezien."

Tijmens stem haperde; hg veegde met zijn grooten rooden zakdoek over zijn gezicht.

„Ik zon hem maar een briefje schrijven," stelde Jopie wijs voor; „zóó heb je er toch niets dan narigheid van."

Tijmen knikte. „Gelijk heb je, joggie; niks dan narigheid! Toen je moeder laatst hier bg oome was, hebben ze mgn laten roepen en toen heit je moeder ook zooveul als met me gepraat,

want je begrijpt, die weet der alles van, door Aal 'kMoet

zeggen, 't mensch had groot gelijk en ik ben der ook niks meer op teugen, dat ie nou maar met Pietjie trouwt, maar.... weet

je 'k heb nou eenmaal gezeid, dat 'k hem niet zou schrijven

en nou kan ik dat ook niet doen Zoo'n kop heb 'k

nou eenmaal!"

Jopie keek naar de ruige, grijze stoppeltjes naast hem en dacht bg zichzelf, dat Tijmen er toch wel een wonderlijk hoofd op na hield: eerst met die legkaarten en nu met dit al weer. Maar om zijn naam van „verstandig joggie" met eere te dragen, moest hij nu toch wel wat verzinnen om Tg'men te helpen, zonder dat hij in botsing kwam met „den kop" van zijn ouden vrind.

Hg peinsde en peinsde, totdat zijn voorhoofd bijna zoo vol rimpels was als dat van Tijmen. Op eens juichte hij: „Bk weet wat! Ik weet wat', Zet een advertentie in de krant — in mijn

krant, bedoel ik zoo iets als: „alles goed, kom weer terug";

dat staat wel meer in echte kranten!"

Tijmen keek hem weifelend aan en streek met zgn hand over de stoppels.

„Als je wilt, kan je 't vandaag wel dadelijk doen," ging Jopie

31

Sluiten